Ik wil naar de overkant

In de vakantie kruiste een

beekje mijn pad.

De keien lagen verspreid.

Door van de ene kei naar de andere te lopen

zou ik de beek kunnen oversteken zonder natte voeten te krijgen.

Toen ik de eerste stap gezet had op een kei,

zag ik de volgende kei richting de overkant.

Met zes stappen had ik mijn doel bereikt.

Door elke keer de juiste stap te nemen.

Door mezelf bij elke stap af te vragen:

welke stap brengt mij dichter naar mijn doel?

Rien van Leeuwen 1998