Praktijkleren de blinde vlek in projecten

Wat is praktijkleren?

Praktijkleren  is leren vanuit de praktijk voor de praktijk. Uitzoeken en aanvoelen wat werkt en wat niet. Terwijl je werkt. Praktijkleren is leren in “realtime”. Kleine leerervaringen die zich aaneenrijgen  tot inzicht en ervaring. Vergelijk het maar met leren autorijden nadat je geslaagd bent voor je rijbewijs. Pas in het verkeer, als je verrassende situaties meemaakt zonder dat de instructeur bijstuurt of evalueert, doe je de diepere ervaring op. Ervaring en daarmee ook impliciete kennis die de basis vormt voor jouw inzicht en anticiperend vermogen bij toekomstige situaties.

Waarom zou je praktijkleren in projecten?

Projecten hebben meer kans op falen als de een eenmaal bedachte uitkomst of aanpak onvoldoende aangepast of bijgesteld wordt in de loop van  het project. Die aanpassingen spelen van groot tot klein een rol. Groot als het gaat om het bijstellen van de besturing en beheersing, zoals verschuivingen in tijd, geld, kwaliteit en scope of aanpassingen in fasering. En kleine aanpassingen als het gaat om het gedrag van de teamleden, om de uitwisseling van kennis en ervaring en om het inleven in de gebruikers en beheerders van de projectuitkomsten. Praktijkleren vermindert op termijn het aantal conflicten, verstoringen en issues. Praktijkleren verhoogt de kwaliteit van het werk, de aansluiting bij de operatie en de samenwerking in en om een project.

Leren tijdens het werkHoe kun je samen leren?

De meerderheid van projectleiders en projectleden in concrete maak-projecten, zoals infrastructuur projecten of IT-projecten, heeft een actieve leerstijl. Dit betekent leren door discussie, door experimenteren en vooral door interactie met anderen. De reflectieve leerstijl, gekenmerkt door  individueel afstand nemen en overdenken, past vaak niet in het werken en leven ” in de waan van de dag”. De kracht van het praktijkleren is dat je het samen doet. Dat je elkaar helpt om als persoon en als groep te leren. Om vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. En om te zien wat werkt en wat nodig is. Dat doe je door in een veilige setting elkaar te bevragen, elkaar feedback en tips te geven en door samenhang te zoeken.

Wat zijn handige manieren om te leren?

Er zijn vele kansen om elkaar te bevragen. Zoals bijvoorbeeld tijdens een telefoongesprek en de korte momenten bij de koffiemachine of in het loopje. En natuurlijk in werkgesprekken of werkoverleggen. Je kunt ook wat meer gestructureerde momenten benutten, zoals de bespreking van rapporten of resultaten, of intervisie- en evaluatie bijeenkomsten. In de kern begint praktijkleren vaak met het stellen van de juiste vraag om vervolgens met het antwoord ” te spelen”. Een paar voorbeelden van vragen. Je kunt delen van de vragen weglaten om het makkelijker te maken. En “je” kun je vervangen door ik, hij, wij of zij.

  1. Leren over context: ” wat of wie heb je nodig?’ (om het makkelijker, sneller, beter te doen)
  2. Leren over gedrag: ” wat gaat goed en wat kan beter?”
  3. Leren over de aanpak: ” welke volgorde werkt het beste?” ( eerst x, dan y en dan z)
  4. Leren over opties en mogelijkheden:” welke andere keuzes, mogelijkheden of opties zijn er?”
  5. Leren over verwachtingen en normen: ” welke verwachtingen heb je?”

Bovenstaande vragen zijn het topje van de ijsberg. Als je eenmaal de smaak te pakken hebt ga je steeds ” dieper leren”. Bijvoorbeeld over achterliggende “benefits of criteria” van het project, over achterliggende drijfveren van alle betrokkenen en over het “grotere systeem” rond het project. Zie ook de artikelen over anticiperen, kennisoverdracht en intervisie.

 

 

4
  Andere artikelen