Kennisoverdracht versnellen

Kennisoverdracht

In 2006 en 2007 hielp ik verschillende organisatie-onderdelen bij het versnellen van kennisoverdracht. Onderstaand de tips & trics. Kennis zit niet alleen in boeken, maar ook in de hoofden van professionals.Vooral de impliciete en ervaringsgebonden kennis verdwijnt als projecten eindigen of de bezetting wisselt. Drie situaties waarin een kennistraject een oplossing kan bieden:

  • De bezetting van een project wisselt en de overdracht komt in de knel
  • Een project wacht op kennis uit ” de lijn”
  • Het project lijkt gereed maar de beheerorganisatie heeft onvoldoende kennis

Wat is een kennistraject?

Een kennistraject heeft tot doel de kennisoverdracht tussen “kennishouders” en ‘kenniskrijgers” te versnellen, zodat de kenniskrijger:

  • Bekend is met het kennislandschap, de spelers en het speelveld,
  • Op de hoogte is van besluiten en achtergronden uit het verleden,
  • Gevoel heeft voor “het spel” en de interactie met belangrijke spelers

Het traject bestaat uit een intake en drie tot vijf maatwerk workshops. In de intake wordt het traject ontworpen en leerstijlen geanalyseerd. meer over fastlearning De workshops zijn behoeftegestuurd en zijn gericht op zowel het daadwerkelijk overdragen van kennis als op het vinden van manieren om kennis sneller eigen te maken. Elke workshop sluit af met praktijkopdrachten.

Hoe pak je het aan?

De kennisoverdracht, hoe pak je dat aan?

  1. Wat is de context en het gewenste effect van het kennistraject;
  2. Wat is de impliciete en expliciete ervaring in het kennislandschap;
  3. Wat is het werk, de attitude, de mindset en de leerstijl van de kennisgever;
  4. Wat is de taak, de werkbelasting, motivatie en leerstijl van de kenniskrijger;
  5. Welke relatie voelen de deelnemers onderling;
  6. Wat is de rol, attitude en competentie van de begeleider;
  7. Wat is de cultuur en wat zijn de belangen en leiderschapsstijl van het management?

 

Leidende principes

  1. Behoefte. De begeleiding is behoefte gestuurd vanuit het perspectief van de kenniskrijger
  2. Bewustzijn. Bewustzijn bepaalt behoefte. De meeste interventies zijn er op gericht de kenniskrijger bewust te maken van kennis (aanwezig en nodig) en het toepassen van de kennis (vaardigheden, gedrag en context). Hoe meer de kenniskrijger zich bewust is, hoe meer behoefte hij of zij heeft aan kennis en vaardigheden.
  3. Onzekerheid. Onzekerheid is het begin van leren. Zodra de kenniskrijger onzeker wordt ( in een stretch) staat hij open om te leren, teveel onzekerheid geeft stress en belemmert leren.
  4. Veiligheid. De leeromgeving moet veilig genoeg zijn om durven te leren en uitdagend genoeg zijn om deelnemers in beweging te zetten. Als bovendien het zelfvertrouwen in een bepaalde context voldoende is zal de deelnemer durven te experimenteren. Dit versnelt het leren.
  5. Verantwoordelijkheid. Kennisgever en kenniskrijger zijn samen en ieder afzonderlijk verantwoordelijk voor het succes van de kennisoverdracht. Ze worden gestimuleerd om zelf actie te nemen en te bepalen wat nodig en nuttig is.
  6. Authenticiteit. Als de deelnemer zichzelf kan zijn, komt dat het zelflerend vermogen ten goede.
  7. Alignment. Hoe meer (logische) samenhang en verbanden de deelnemer ziet en ervaart, hoe sneller kennis wordt verankerd. Ook alignment tussen ratio, emotie, sociale context en gedrag is belangrijk.
1
  Andere artikelen